|
Bewuster paardrijden
Door Tineke en Joep Bartels (UIT HET BOEK ‘Bewuster Paardrijden’)
Onze opvattingen over training van paard en ruiter hebben zich in de afgelopen tien jaar sterk ontwikkeld. Het werd volgens ons tijd om de ontwikkelingen in een boek vast te leggen. Want er zijn behoorlijk wat misverstanden ontstaan over het trainen van paarden. Wat succesvolle ruiters als Nicole Uphoff, Isabel Werth, Ulla Salzgeber en Anky van Grunsven in praktijk gebracht hebben, kan misschien niet door iedere andere ruiter blindelings gekopieerd worden, maar we kunnen er wél het nodige van leren.
Vroeger reden vooral sterke mannen. De paardensport komt uit een militaire traditie. Nu zijn vooral vrouwen erg succesvol in de paardensport. Vrouwen hebben minder kracht maar rijden doorgaans met meer gevoel. Toch is er veel kritiek. De methode van de sterke mannen, de klassieke rijkunst, zou beter zijn dan de methode van de gevoelige vrouwen? Wij geloven dat niet. Volgens ons wordt er nu beter gereden dan vroeger, en de dressuursport is mooier geworden. Maar er schuilen ook gevaren in de huidige ontwikkelingen.
Wij vinden het belangrijk om niet alleen aandacht te besteden aan de voordelen maar ook aan de valkuilen en gevaren van moderne trainingsystemen. Diep rijden is een belangrijk detail in de ontwikkeling van het paardrijden. ‘Diep rijden’ is op zichzelf geen garantie voor succes en slecht of goed rijden heeft geen directe relatie met de halshouding van een paard. Je kunt heel goed klassiek rijden en heel slecht diep rijden. Maar heel goed diep rijden geeft al tientallen jaren de beste resultaten.
Van bewust naar onderbewust paardrijden
Paardrijden doe je voor het grootste deel onderbewust. Je doet het met je lichaam, je reflexen, je gevoel en op ‘de automatische piloot’, zoals wij dat in ons boek noemen. Paardrijden is een doe-sport, een sport van het lichaam en van het gevoel. Als je een wereldtalent bent ‘doe je het gewoon’, dan lijkt het allemaal vanaf het begin vanzelf te gaan.
Tineke en Imke vinden zichzelf geen wereldtalenten, en zij werken op de Academy met honderden cursisten per jaar, die meestal ook geen wereldtalenten zijn. Dan is het geen kwestie van ‘gewoon doen’, maar dan moet je het léren. Leren doe je ‘bewust’, maar het gekke is dat je juist veel dingen moet leren die je straks vanuit je onderbewustzijn moet gaan uitvoeren. Waar je niet meer over na hoeft te denken. Bewuster paardrijden moet uiteindelijk leiden tot onbewust paardrijden. Rijden op de automatische piloot. Dat leer je stap voor stap door méér te leren over je paard en over jezelf. In de zogenaamde ‘klassieke literatuur’ wordt relatief weinig aandacht besteed aan belangrijke punten als ‘bewust en onbewust’, het wezen van het paard, communicatie met een vluchtdier, psychologie van de ruiter en ruitergevoel. Gelukkig hebben de moderne hippische stromingen daarin verandering gebracht. Paardrijden is geen louter technische aangelegenheid. Rijtechniek bestaat niet zonder gevoel. Gevoel voor paardrijden ontwikkel je zo:
- Je moet weten hoe je met een vluchtdier en kuddedier om moet gaan
- Dan zelfkennis en zelfcontrole ontwikkelen
- Onafhankelijk leren zitten is noodzakelijk
- Je moet de trainingsprincipes van vraag en antwoord leren toepassen
- Dan pas kun je ruitergevoel ontwikkelen
Leren communiceren met een kuddedier
Wij krijgen steeds meer leerlingen die wel willen leren paardrijden maar niet weten wat voor dier een paard eigenlijk is. Bij alles wat je doet moet je altijd van het paard uit gaan. Het paard is geen mens, en behandel hem dus ook niet zo. Het paard is een prooidier, en een vluchtdier. Wij daarentegen, zijn roofdieren. Maar gelukkig zijn paarden en mensen beide kuddedieren, dus we hebben wel degelijk iets gemeenschappelijks.
Voor kuddedieren is de hiërarchie heel belangrijk. Absolute gehoorzaamheid aan de signalen van de ranghogere dieren draagt bij aan een grotere overlevingskans. Gehoorzaamheid hoeft dus niet afgedwongen te worden maar wordt door het paard uit vrije wil geaccepteerd. Zo worden ook de jonge dieren opgevoed. Zij leren handelen uit respect voor de ervaring en kennis van een ranghoger dier.
Tussen dieren van verschillende oorsprong bestaat eigenlijk per definitie een communicatie storing. Feitelijk is er geen groter verschil te vinden dan het verschil tussen roofdier (mens) en prooidier (paard). Het is een kwestie van volledig tegengestelde belangen. Geen verrassing dus dat de onderlinge communicatie per soort verschilt en nogal eens tot verwarring kan leiden. Toch is communicatie tussen mens en paard heel goed mogelijk, dankzij het feit dat paarden échte teamspelers zijn.
Zelfkennis ontwikkelen
Een paard doorziet je altijd. Je krijgt wat je bent. Om goed te kunnen paardrijden moet je jezelf goed kennen. De meeste mensen kennen zichzelf vrij slecht. Onze leerlingen zijn soms verbaasd als ze, door de psychologische testen op de Academy, geconfronteerd worden met aspecten van hun eigen persoonlijkheid waar ze geen weet van hadden. Ze waren zich onbewust van hun zwakke punten. Wij geven altijd het advies om eerlijk tegen jezelf te zijn en regelmatig kritisch in de spiegel te kijken. Om aan je zwakke punten te werken moet je die zwakke punten goed kennen.
Op de Academy gebruiken we een leermodel dat uitgaat van de volgende vier stadia van presteren.
- onbewust-onbekwaam: Eigenlijk kan je helemaal nog niet paardrijden, maar je weet het zelf nog niet.
- bewust-onbekwaam: Je beseft tenminste dat je nog niet goed kunt paard rijden. Je bent je er tenminste van bewust dat je nog niet bekwaam bent. Je kunt nu analyseren waarom dingen fout gaan en een plan maken om er wat aan te gaan doen.
- bewust-bekwaam: je gaat bewust aan het trainen, met duidelijke doelstellingen op de lange termijn, maar ook en rainingsplan voor vandaag en morgen. Misschien gaat het paardrijden al heel aardig maar is het nog geen automatisme geworden, je moet er nog te veel bij denken.
- onbewust-bekwaam: je rijdt (de dressuurring) binnen zonder dat je ergens aan denkt. Je bent alleen nog maar bezig met je paard. Het rijden gaat nu bijna automatisch, het is alsof alles vanzelf gaat. Jouw automatische piloot heeft het overgenomen.
Trainen doen we vooral in de stadia 2 en 3. Je probeert onbewuste handelingen bewust te maken. Pas dan kun je beginnen te werken aan verandering of perfectionering van die handelingen. En als je ze eenmaal bewust geperfectioneerd hebt, moet je er door eindeloos herhalen een automatisme van maken. Want zo lang jij in de proef nog na moet denken over de handelingen die je moet verrichten zul je niet optimaal presteren. Dat is alleen mogelijk als je tijdens de wedstrijd in stadium 4, onbewust-bekwaam, verkeert.
Lichaamscontrole: leren zitten
Communiceren vanuit het zadel werkt volgens dezelfde principes als communicatie naast het paard, maar je bent van hele andere communicatiemiddelen afhankelijk. Het paard ziet je bijna niet, als je in het zadel zit, maar voelt je en hoort je. De stem is waarschijnlijk het enige middel dat je ‘meeneemt’ als je in het zadel klimt. Daarna staat of valt goed paardrijden met lichaamscontrole en stemcontrole. Pas als je bewust je lichaam en je stem kunt controleren, en onafhankelijk kunt zitten, kun je de juiste hulpen leren geven. Pas dan kan de training van het paard en de ontwikkeling van je ruitergevoel beginnen.
Lichaamscontrole is niet afhankelijk van een bepaalde houding, maar vooral van balans en evenwicht. Paardrijden is een evenwichtsspel. Je moet je lichaam daarvoor leren kennen en beheersen. De soepele en ongedwongen zit is de basis van elke prestatie te paard. Bij de zit gaat het vooral om de dynamische balans en niet om een ogenschijnlijk correcte maar in werkelijkheid stijve schijnhouding. Je kunt helemaal volgens het boekje op een paard zitten, maar toch slecht inwerken op je paard. Het is opvallend dat de correcte zit veel meer lijkt op het staan met licht gespreide en gebogen benen dan op het zitten op een stoel! Je moet je realiseren dat je lichaam het instrument is waarmee je het paard kunt laten doen wat jij wil. Je kunt hem oefeningen laten uitvoeren, maar ook anders laten bewegen. Door een goede ‘springveer werking’ van je lichaam kun je je paard bijvoorbeeld uitnodigen om losser en sterker te gaan bewegen.
Hulpen geven: trainen met ‘vraag en antwoord’
Als je met een paard wat wilt bereiken moet je weten hoe een paard het beste leert. Over het eindresultaat, een goed gaand paard of een goed zittende ruiter, is al veel geschreven. Maar er is minder bekend over het leerproces, hoe je de gewenste vaardigheden precies aan je paard moet leren. In dit boek besteden we veel aandacht aan het leerproces bij het paard.
Een paard leert op verschillende manieren: door gewoontevorming, door ‘klassieke conditionering’, of door ‘operante conditionering’. Deze laatste trainingsvorm noemt men in het Engels ‘training by trial and error’ (‘trainen door te proberen en fouten te maken’). Wij gebruiken liever de uitdrukking ‘trainen met vraag en antwoord’. Dat betekent in de praktijk dat je het paard door een signaal (hulp) vraagt om iets te doen. Als je hulp door het paard niet begrepen wordt, daag je hem uit door druk op hem uit te oefenen. Dat werkt ongeveer zo: als je wilt dat je paard voorwaarts gaat op een beenhulp, geef je eerst een tikje met beide benen. Als dat geen effect heeft, daag je hem uit door hem méér te prikkelen met een sterkere beenhulp of zelfs met je sporen of zweepje. Hij zal dan proberen om die prikkeling weg te nemen. Voor het begrip ‘druk’ gebruiken wij liever de woorden ‘prikkelen’ of ‘uitdagen’. Je daagt je paard uit om zélf de sleutel te vinden waarmee hij die druk weg kan nemen. Op het moment dat hij reageert, neem je de druk onmiddellijk weg, je been hangt meteen ontspannen naast het paard, en je ontspant je hand. En je kunt je [paard ook belonen door je stem of met een klopje op hals of manekam. Dat werkt als een beloning, die het paard na enkele herhalingen niet meer vergeet. Het paard leert zo op een positieve manier. Hij gaat niet voorwaarts als reactie op de sporen, maar omdat hij weet dat hij beloond wordt als hij voorwaarts gaat.
Rijden met gevoel
Het gevoel dat een paard geeft als hij zich helemaal los laat, en als hij zijn rug optimaal gebruikt, raak je nooit meer kwijt. Je wilt steeds weer terug naar dat gevoel. De herinnering aan het ideale ‘ruitergevoel’ wordt het doel van je training. Maar dat ruitergevoel is niet goed in woorden uit te drukken, en dus moeilijk uit te leggen aan een leerling. Je moet het zelf gevoeld hebben.
Ruitergevoel is voor een belangrijk deel onderbewust. Ruitergevoel zorgt er ook voor dat je kunt ‘communiceren met je paard’ zonder er over na te denken. Ruitergevoel zorgt er voor dat de communicatie steeds verfijnder verloopt, en dat je paard zich in volledig vertrouwen openstelt voor de hulpen. In het Duitse scala van africhting gebruikt men het woord ‘Durchlässig’ voor deze toestand van het paard. Wij noemen het liever ‘openstellen’. Een paard stelt zich open voor de ruiter in zijn hele lichaam en geest. Het is een gevoelstoestand. Het paard voelt zich veilig bij zijn ruiter. Open stellen is ook een kwestie van psychische en fysieke rijping. Om dat te bereiken trainen wij op de Academy tamelijk veel paarden in een ‘ronde en diepe halshouding’. Wij gebruiken het systeem niet voor alle paarden en alle ruiters, en de manier waarop je ‘rond en diep’ traint is heel erg belangrijk: ons doel is dat het paard als het ware uit eigen wil ‘zijn hoofd laat vallen’. Een jong paard in de krul trekken werkt averechts; het paard moet langzaam aan de nieuwe houding wennen en geeft vervolgens de ruiter het gevoel dat hij het als prettig ervaart. Hij voelt zich veilig in die houding! De diepere halshouding wordt afgewisseld met een hogere halshouding. Kort wordt afgewisseld met lang. Zó krijgt trainen ook de functie van gymnastiek en tevens een soort actieve massage. De wetenschap heeft onderzoek gedaan, dat er op wijst dat ‘rond en diep trainen’ positief werkt, mits het goed toegepast wordt. Ruiters en trainers die er verantwoord mee omgaan weten uit ervaring dat ze er ontspannen, losse en gehoorzame paarden mee krijgen. In Nederland wordt deze trainingsmethode steeds verder uitgewerkt.
Natuurlijk kun je met een andere trainingsmethode ook goede resultaten krijgen, als je die goed toepast, dat is in het verleden wel bewezen. Maar het is toch opvallend dat álle grote titels in de afgelopen tientallen jaren gewonnen zijn door ruiters die zo trainen. Paarden, die op deze manier getraind worden, gaan vooral beter over de rug. Ze kunnen zich makkelijker oprichten en je kunt ze ook bovenin beter los door het lichaam rijden. En ze worden mooier, beter gespierd, en vriendelijker in de omgang. Dat er ook nadelen aan diep rijden kleven, als de methode niet goed wordt toegepast, mag wel duidelijk zijn. |